dinsdag 8 oktober 2013

Doe niet wat God zegt!

Luister vooral niet naar God!

Bijna iedere gelovige neemt Gods Woord serieus. Zijn Woord bevat ervaringen, verhalen, geschiedenis, wetgeving, onderwijzing, liederen, poëzie en ga zo maar door. Het is een boek dat een beeld geeft van wie God is. Het gaat over het begin van de wereld en eindigt met het einde van de wereld. Het gaat over een volk, Israel. Het laat Gods grote liefde zien voor mensen. Hij wil niets liever dan dat ieder mens in Hem gelooft en Hij verlangt naar relaties met deze mensen.

Bij iedere relatie horen omgangsregels. Als ik mij niet houd aan de regels van mijn werkgever, dan heb ik een probleem. Houd ik mijn niet aan de omgangsregels binnen het huwelijk met mijn vrouw, dan heb ik waarschijnlijk een nog veel groter probleem. Overal zijn regels, in het verkeer, in winkels, in openbare ruimten, overal. En over het algemeen vinden we dat prima. 

Gods regels

Over het algemeen wel. Maar niet wanneer het gaat over Gods regels. Het meest vreemde hierbij is dat wanneer je je als gelovige wilt houden aan de regels van God, je op aardig wat weerstand  en onbegrip stuit. Vooral uit de hoek van gelovige mensen. Je eigen broeders en zusters. Dit is waar ik al jaren tegen aan loop in de kerk en 'christelijk' Nederland. 

Per toeval stuitte ik gisteren op de volgende tekst uit Ezechiël:

Ezechiël 5:7
Daarom zeg ik, God, de Heer, tegen hen: Jullie zijn opstandiger nog dan de volken om je heen. Aan mijn wetten en voorschriften houden jullie je niet, maar wel aan die van andere volken.

Ik moest hierbij direct denken aan de kerk. We zijn in de kerk zo druk bezig met van alles nog wat. Druk aan het rennen van bidstond naar kring naar bijbelstudie etc. Onze voorgangers zijn ook druk met het regelen van pastoraat, gastspreker en voorbereiden van eigen preken. Deze laatste zijn helaas vaak ver onder niveau zonder enige theologische onderbouwing, met name binnen de pinksterbeweging. Ze modderen maar wat aan, trekken een paar bijbelteksten uit hun verband en proberen alles te vergeestelijken. Zelfs de vreemdste zaken proberen ze nog een geestelijke betekenis te geven. Israël heeft (als je geluk hebt) niet afgedaan, maar alles wat over Israel geschreven staat kunnen we direct op onszelf toepassen. Het maakt ze niets uit dat ze Gods woord verkracht! hebben. Uitgehold! We hebben ZIJN! Feesten de kerk uitgeflikkerd en hebben de feesten van de volken om ons heen geadopteerd en ze overgoten met een flinke dosis christelijke saus. Mijn vrouw houdt totaal niet van spruitjes. Het maakt dan ook niet uit hoeveel lekkere saus ik er ook overheen gooi, het blijven spruitjes.

1 Kor. 10:6
Die gebeurtenissen zijn een voorbeeld voor ons, een waarschuwing dat we niet naar het kwade moeten verlangen, zoals zij.

Van Sha'ul (Paulus) hebben we een belangrijke les gekregen. De geschiedenis van het volk Israël is voor ons een voorbeeld, een waarschuwend voorbeeld. Als ik naar de kerk kijk, dan heeft zij deze waarschuwing in de wind geslagen. Spreek ik hierover met voorgangers, dan interesseert het ze niets en komen we met de geijkte verklaringen. Vaak weten ze het wel, maar kiezen ze toch anders. Want tja, dan zou wel eens kunnen betekenen dat ze hele kerk leeg loopt. 

De kerk volgt niet meer de Wetten van God, viert niet meer de Feesten van God. Nee, niet van God, maar wel van die van andere volken. Maar o wee, als je je aan de Wetten van God wilt houden, dan ben je ineens verkeerd bezig. Dan begeef je je op afgrond en wil je het zelf gaan verdienen en kan de genade je niet meer redden. Pfffff, de omgekeerde wereld.....

©SlaapKerkjeSlaap

2 opmerkingen:

  1. In Leviticus 23:1-2,3 schreef Mozes dat de HEER van de Israëlische feesten zei dat zij MIJN FEESTEN zijn. Hiermee wees de HEER erop dat Hij deze feesten voor HET VOLK instelde. Moet dan de gevolgtrekking worden gemaakt - zoals sommigen doen - dat deze feesten niet slechts voor Israël zijn maar ook voor allen die door het geloof op Israël geënt zijn - met verwijzing naar Romeinen 11:17? In de context van het apostolisch onderwijs van het Nieuwe Testament kan ons antwoord niet anders dan “NEEN,” luiden.

    Het toepassen van Hosea 4:6, "MIJN VOLK gaat ten gronde door gebrek aan kennis," op de beweerde 'onwetendheid' in de kerk, met betrekking tot het belang van het houden van de Joodse feesten is gewoon MISBRUIK van deze tekst. Als er even gelet wordt op hetgeen er aan dit vers voorafgaat zien we dat het te maken heeft met de morele en geestelijke verloedering in het land. Er is geen trouw, geen liefde en geen kennis van God. Men vloekt, liegt, moordt, steelt en pleegt echtbreuk en geweld, bloedbad volgt op bloedbad.

    De bewering dat de christenen van de eerste eeuwen de sabbat en de Joodse feesten vierden en de synagogen bezochten steunt NIET op historische bewijzen. De waarheid is dat de eerste christelijke gelovigen uit de synagogen werden geworpen.

    Het is zeer te betwijfelen of 1 Tessalonicenzen 5:1, waar Paulus schreef 'maar over de tijden en gelegenheden broeders, is het niet nodig u dat u geschreven wordt,' sloeg op de kennis van en het houden van de JOODSE feesten. Deze uitdrukking heeft te maken met het letten op tekenen, die wijzen op de NADERENDE TERUGKEER van de Heer. Het standpunt van de apostel Paulus zoals verwoord in Kolossenzen 2:16-19 behoeft ook geen verdere uitleg.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Allereerst fijn om te lezen dat mijn blog je prikkelt. Daar is het nu juist voor bedoeld.

    Voor Kolossenzen 2:16vv zie andere blog.

    Voor de bronnen voor het vieren van de Joodse Feesten zie onder andere Eusebius Kerkgeschiedenis. Daar zie je al de discussie omtrent de juiste datum van Pesach (pasen).

    "Aan het einde van de 2e eeuw was er onenigheid ontstaan over de datum waarop het paasfeest gevierd moest worden. Volgens Eusebius waren het met name de gemeenten in Klein-Azië die vasthielden aan een viering op de Joodse paasdatum, dat wil zeggen op de 14e Nisan (Hist. Eccl. V,23,1). Vermoedelijk betrof het een groot deel van de christelijke gemeenten in het Oost-Romeinse rijk. Het Westen vierde daarentegen het paasfeest op de zondag na het Joodse paasfeest."

    En als je Hosea aanhaalt, haalt het dan volledig aan.

    Hosea 4:6 Mijn volk gaat te gronde door het gebrek aan kennis. Omdat gij de kennis verworpen hebt, verwerp Ik u, dat gij geen priester meer voor Mij zult zijn; daar gij de wet van uw God vergeten hebt, zal ook Ik uw zonen vergeten.

    BeantwoordenVerwijderen